Vastgoedbeheer

Wat als de huurder van een duurzaam kantoor niet dezelfde gedachte heeft over gebruik als de verhuurder? Wat als de huurder met zijn of haar voorzieningen het energieverbruik van het kantoor dusdanig verhoogt dat het niet meer voldoet aan de energieprestatie waar de verhuurder/ontwikkelaar op heeft gerekend? Is het kantoor dan nog steeds duurzaam te noemen?Er genoeg voorbeelden bekend waarbij een kantoor met een lage EPN-norm verhuurd werd aan een organisatie die 50% van het verhuurbaar vloeroppervlak heeft omgebouwd tot een energievretende computervloer.

Kun je als verhuurder de wijze van het gebruik van een kantoor vastleggen? Wij denken van niet, maar er zijn wel afspraken te maken. Het juiste moment hiervoor is in de initiatieffase van een project. Tijdens deze fase kan de verhuurder/ontwikkelaar de Total Costs of Ownership laten berekenen. Hierin worden de exploitatiekosten per jaar berekend. Het energieverbruik per m² BVO is daar een onderdeel van. De exploitatiekostenberekening kan als bijlage opgenomen worden in het huurcontract. Het energieverbruik per m² BVO ligt dan vast en de eventuele eisen aan het gebruik van het vastgoed zijn vastgelegd. Natuurlijk zijn er afwijkingen in het energieverbruik die eerder vastgelegd zijn, maar een extra referentie kan na een jaar meten worden vastgelegd. De huurder heeft nu ook een plicht om het vastgoed duurzaam te gebruiken.

Zo wordt duurzaam ontwikkelen ook duurzaam verhuren!

Natuurlijk moeten we niet doorschieten in deze gedachte. In de huidige markt zie je dat ontwikkelaars de hoogst mogelijk leed/breeam-score willen halen, maar dat deze niet gehaald wordt als de huurder sfeerverlichting toepast om een representatieve ruimte te creëren.

Duurzaam Vastgoed

Duurzaamheid staat na ‘An Inconvenient Truth’ van Al Gore hoog op de agenda bij bedrijven en overheden. Duurzaamheid is naast een maatschappelijke verantwoordelijkheid ook een economische factor van belang. Het biedt nieuwe kansen voor innovatie en concurrentievoordeel.

De vastgoedsector draagt bij uitstek een grote verantwoordelijkheid om haar bijdrage te leveren aan een duurzame leefomgeving. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor 40% van de energieconsumptie. Omdat jaarlijks nog geen 2% van de voorraad vervangen wordt, ligt het belangrijkste deel van de duurzame vastgoedopgave bij het bestaande vastgoed.

Bij de nieuwbouw van vastgoed speelt duurzaamheid een steeds grotere rol. Naast diverse bewezen oplossingen, zoals koude-/warmteopslag in de bodem, vinden er steeds meer innovaties plaats. Door de ontwikkeling van nieuwe, integrale duurzaamheidskeurmerken als GPR gebouw en Breeam wordt niet meer alleen gekeken naar de energetische aspecten maar ook naar toekomstwaarde en economische levensduur.

Duurzame gebouwen zijn niet alleen maatschappelijk verantwoord, maar bieden ook een aanzienlijk hoger beleggingsrendement. Onderzoek onder Amerikaanse kantoren onderscheidt drie positieve effecten. Gemiddeld twee procent hogere huur, een hogere bezettingsgraad en een aanzienlijk hogere verkoopopbrengst van gemiddeld 16%. In Nederland is nog geen vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd, maar zelfs als hier slechts de helft van het Amerikaanse resultaat wordt behaald is dit alleen al een belangrijke motivatie voor duurzaam bouwen.

Veel kantoororganisaties verlangen een duurzaam gebouw. Zij zijn zelfs bereid hiervoor meer huur te betalen. Een duurzaam gebouw biedt méér dan alleen lagere energiekosten. Het draagt bijvoorbeeld bij aan het duurzaamheidsbewustzijn van medewerkers en een duurzaam imago. Verder wekt het een gezonder binnenklimaat en een flexibelere werkindeling in de hand. Samen met andere maatregelen als duurzaam inkopen, duurzame mobiliteit en duurzaam produceren levert een duurzaam gebouw een grote bijdrage aan het terugdringen van de ecologische footprint van organisaties.

Ook hergebruik van bestaande gebouwen levert een grote bijdrage aan duurzaam vastgoed. Door terughoudend te zijn in de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen kunnen gemeenten dit hergebruik stimuleren.

Het is een inspirerende uitdaging om duurzaamheid naast maatschappelijke verantwoordelijkheid juist als onderscheidend concurrentievoordeel in te zetten.